Clusteranalyse van sociale voorzieningen

Irene Westra

Data Scientist

In 2012 vond in Nederland in het sociale domein een grote verandering plaats: de decentralisatie leidde ertoe dat de verantwoordelijkheid voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet werd overgeheveld naar gemeenten. Om deze nieuwe verantwoordelijkheden in te vullen en een aanspreekpunt voor de burgers te creëren, hebben veel gemeenten gekozen voor het vormen van wijkteams. In hoeverre het vormgeven van beleid voor sociale voorzieningen op wijkniveau efficiënt is, is echter niet altijd duidelijk. In samenwerking met de gemeente Zaanstad heb ik bij Ynformed een onderzoek uitgevoerd dat input en verdere aanknopingspunten levert voor deze vraag.

Sociale voorzieningen in kaart brengen

Bij datagedreven sturing of datagedreven beleidsvoering binnen gemeenten, wordt data science gebruikt om maatschappelijke vraagstukken inzichtelijk te maken of op te lossen. In mijn afstudeeronderzoek heb ik, in opdracht van de gemeente Zaanstad, uitgezocht hoe data sciencetechnieken gebruikt kunnen worden om inzichtelijk te maken waar er welke sociale voorzieningen worden afgenomen. De initiële vraag om deze ‘overview’ te maken was enkel op het niveau van wijken. Al snel werd mij duidelijk dat dit niet zou volstaan. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om het onderzoek vanaf drie verschillende niveaus in te steken: huishoudens, buurten en wijken. Door op verschillende manieren een overzicht te vormen, kan er namelijk gekeken worden of er binnen bepaalde wijken zich buurten bevinden die onderling sterk van elkaar verschillen. Wanneer dit het geval is, zou het enkel uitvoeren van wijkanalyses een onvolledig beeld geven van de diversiteit van sociale voorzieningen binnen een wijk.

Analyse door middel van Clustering

De techniek die ik heb gekozen voor het onderzoek is clustering. Clustering is een voorbeeld van unsupervised learning. Dit is een techniek die als doel heeft om data in logische en onderscheidende groepen (clusters) onder te verdelen. Ik vroeg mij af of er bepaalde typen huishoudens/buurten/wijken te onderscheiden zijn op het gebied van sociale voorzieningen. De verschillen die uit mijn cluster analyse kwamen heb ik  per niveau met elkaar vergeleken. Interessant daarbij is natuurlijk de vraag: Zijn er veel overeenkomsten op huishoud-, buurt- en wijkniveau of zijn er juist sterke verschillen te constateren?

De analyses en vergelijkingen leidden tot meerdere interessante bevindingen. Zo is gebleken dat het clusteren van huishoudens op sociale voorzieningen leidt tot groepen waarin steeds één type sociale voorziening centraal staat, zoals bijvoorbeeld de Wmo of de Participatiewet. Echter, het clusteren van buurten en wijken leidt tot een minder eenduidig beeld. Er zijn geen duidelijke kenmerken die in de clusters naar voren komen. Er is enkel een verschil in de ‘in meer of mindere mate aanwezigheid van sociale voorzieningen’. Daarnaast verschilt het per wijk in hoeverre de verdeling van sociale voorzieningen op huishoud-, buurt- of wijkniveau leiden tot een ander beeld: zie als voorbeeld onderstaande grafiek. In Wijk X zijn vier buurten. Voor iedere buurt is gekeken wat de verdeling van de clustergroepen op huishoudniveau is betreffende sociale voorzieningen. Dit houdt in dat in Buurt 2 er vijf verschillende huishoudtypes op sociale voorzieningen te onderscheiden zijn. Cluster 1, waar voor Buurt 2 negen huishoudens onder vallen, is bijvoorbeeld een groep waarin de meerderheid van de huishoudens gebruik maakt van Wmo-voorzieningen. Wanneer je de onderstaande grafiek herhaalt voor alle buurten en wijken, krijg je een beeld van de verschillen tussen wijken én binnen wijken. Zo komt cluster 7 in Wijk X enkel in één buurt. Een wijkoverzicht, in plaats van een buurtoverzicht zoals in onderstaande grafiek, zou daardoor kunnen leiden tot een vertekend beeld van de daadwerkelijke verdeling binnen specifieke buurten.


De verdeling van type huishoudens met sociale voorzieningen, per buurt in wijk X. 

Daarnaast zijn er van de veertien wijken in de gemeente Zaanstad (met meer dan één buurt), negen wijken die buurten bevatten die in een andere clustergroep vallen. Er kan dus binnen een wijk dusdanig verschil zijn op het gebied van sociale voorzieningen tussen buurten dat ze niet hetzelfde cluster behoren.

Van data naar beleid

Momenteel bestaan wijkteams veelal uit generalisten, wat betekent dat ieder teamlid van alle typen sociale voorzieningen iets moet weten. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het clusteren van huishoudens lijkt te centreren om één type voorziening. Het zou zodoende, mijn inziens, een goed idee zijn om de mogelijkheid om wijkteams in te delen op basis van een bepaald specialisme verder te onderzoeken. Daarnaast is uit dit onderzoek gebleken dat de mate en typen sociale voorzieningen binnen een wijk erg kunnen variëren. Nu bepalen wijkgrenzen naar welk wijkteam een burger moet stappen. Wanneer een huishouden echter kampt met bepaalde problematiek dat in een andere wijk meer voorkomt, zou het effectiever zijn om naar dat team toe te kunnen gaan. Ik hoop dat de resultaten uit mijn onderzoek de gemeente verder zal helpen gerichter beleid te creëren.

De besproken resultaten in deze blog zijn een greep uit het uiteindelijke onderzoeksrapport. Voor verdere vragen kan natuurlijk altijd contact opgenomen worden met Irene.

Deel dit artikel
Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone